Koninginnenteelt in Casteren

Gepubliceerd op 10 mei 2026 om 22:48

Waarin drie volken en één madam, de P‑moer, een hoofdrol spelen

Er zijn van die dagen dat een mens, nog vóór zijn eerste tas koffie, al voelt dat het een dag van gewicht gaat worden. Zo’n dag waarop de bijen niet precies weten wat jij van plan bent, en jij maar moet hopen dat ze het je vergeven. Afgelopen dinsdag was zo’n dag op Pepe’s Smart Place.

Het begint allemaal met het maken van de verzamelbroedaflegger — een woord dat klinkt alsof het uitgevonden is door een ambtenaar met te veel tijd, maar in werkelijkheid gewoon betekent dat je drie keurige volken een beetje door elkaar husselt tot één supervolk dat nergens om vraagt maar toch braaf meewerkt. We trokken uit drie volken met een dubbele broedkamer het mooiste, stevigste en bijna‑uitkomende broed. Al dat broed, mét de opzittende bijen, werd op twee broedkamers samengebracht, alsof je drie gezinnen uit het dorp in één huis stopt en zegt: “Zo, jullie gaan het nu samen rooien.” En jawel hoor, de meeste dames deden mee zonder te morren. Behalve de haalbijen, die gingen zonder omkijken terug naar hun eigen kast en dat is maar goed ook, want zij moeten ervoor zorgen dat de honingopbrengst op peil blijft. En terwijl we zo bezig waren, leerde ik meteen een les die ik niet snel vergeet: als je met volken op twee broedkamers werkt, houd je bij het maken van vliegers ineens een hele stapel ramen over waar je geen weg mee weet. Gelukkig had ik Frans of “mijn Peter”, zoals ze in België zeggen, aan mijn zijde. Met zijn rustige blik en zijn ervaring kwamen we op het idee om al die overgebleven ramen tijdelijk op één broedkamer te verzamelen en boven het moerrooster op een volk te zetten. Zodra het broed is uitgelopen, halen we die ramen er weer netjes uit. Een mens zou er zelf niet op komen, maar met een mentor als Frans wordt zelfs zo’n rommelige puzzel een oplosbaar probleem.

 

🐝 Twee vliegers en één eigenwijze madam

Van twee volken maakten we keurige vliegers: de moer samen met één of twee ramen broed en alle haalbijen blijven op de oude plek. Klaar is Kees. Maar bij het derde volk begon het gedonder.

De koningin, een madam met karakter, had zich weer eens verstopt. Twee weken geleden deed ze dat ook al. Maar toen had ik, met vooruitziende blik, een moerrooster tussen de beide broedkamers gelegd. En kijk: aan de eitjes konden we zien dat ze in de onderste broedkamer zat. Dus namen we alleen het broed mét opzittende bijen uit de bovenste bak. Uit de honingzolder schepten we nog wat extra jonge bijen erbij, alsof je een soep nog even afmaakt met een handje verse kruiden.

Uit de onderste bak haalden we een paar ramen voer en een sluitblok weg, en hebben we vervangen door kunstraat. Niet omdat het moest, maar omdat het volk dan toch nog enigszins op een vlieger lijkt en we daarmee ook het zwermen willen verhinderen. Twee vliegen in één klap, en geen van beide hoeft te steken.

 

🐝 De P‑moer in arrest

Gisteren hebben we de verzamelbroedaflegger geïnspecteerd. En ja hoor: zoals het hoort hadden de bijtjes massaal redcellen aangemaakt. Daaraan konden we zien dat onze strategie gelukt was. We hadden dus geen enkele zwermcel of koningin mee verhuisd. Wanneer dat gebeurt, gaan de bijen direct aan het werk om nieuwe koninginnen te maken. Dat zie je aan de zogenaamde redcellen in het broed: cellen die een stuk groter zijn dan die voor werksters of darren. Hieruit zouden de nieuwe koninginnen geboren worden.

Maar dat laten we niet gebeuren, want we doen immers aan koninginnenteelt. Op de achtste en negende dag halen we deze redcellen allemaal weg, want op de tiende dag krijgen ze broed van een raszuivere moer: de zogenaamde P‑moer.

En daarmee komen we bij de volgende stap: de P‑moer gaat op arrest. Niet omdat ze iets misdaan heeft, integendeel, maar omdat we haar even nodig hebben als broedmachine op bestelling. Ze krijgt een uitgebouwd raam én een raam kunstraat. Een soort luxe suite met uitzicht en roomservice. Als alles goed gaat, zit dat uitgebouwde raam op 10 mei vol met larfjes van 1, 2 en 3 dagen oud. Precies wat we nodig hebben voor het omlarven. Maar daarover later meer.

 

🐝 Het gevoel van een goed begin

Aan het eind van zo’n week, als de rook van de beroker is opgetrokken en de bijen weer tevreden zoemen alsof er nooit iets gebeurd is, blijft er één gedachte hangen: in de bijenstal doet een mens nooit iets alleen. Je kunt plannen, schuiven, roosters leggen en ramen wisselen, maar uiteindelijk zijn het de dames die bepalen of het allemaal deugt. En als ze dan, zoals nu, precies doen wat je hoopt, dan voelt dat als een stille handdruk uit de natuur.

Op 13, 14 en 15 mei gaan we verder, met vaste hand, een scherp oog en een hart dat altijd een beetje sneller klopt bij het zien van een piepklein larfje.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.