De bodemvoorbereiding in het voorjaar.

Gepubliceerd op 11 april 2026 om 11:53

Een ronde achter, maar nog niet te laat.

De meeste moestuiniers hebben hun tuin al helemaal in orde, maar ik ben dit jaar een beetje laat. Eerst moest ik een prairieborder aanleggen en de kippen een PFAS-vrij onderkomen geven. Hier in het Brabantse zand gaat alles in het tempo dat de grond het liefst wil hebben.
Toen ik de laatste kruiwagen op zijn plek zette, kwam Sjefke gezellig voorbij. Zijn pet zat scheef, hij liep wat traag, maar zijn blik was scherp. Hij keek om zich heen en zei: “Nou begint ’t.” En hij had gelijk!

Elke voorjaar bereid ik de bodem grondig voor op wat komen gaat. Dit proces lijkt op de voorjaarsinspectie bij de bijen, maar is net iets intensiever. Eerst maak ik de grond los met een grelinette en verwijder ik het onkruid. Daarna geef ik elk perceel een unieke aanpak, aangezien geen enkele plantengroep hetzelfde is en specifieke eisen aan de bodem stelt.

 

Het koolperceel kreeg dit jaar een bijzondere bodem.

De grond uit de kippenren, die ik heb vervangen om de dames PFAS‑vrij te zetten. Een donkere, kruimelige laag waar de kolen bijna vanzelf van gaan rechtop staan. Ik heb er een flinke gift kalk overheen gegooid om knolvoet te ontmoedigen. Op onze zandgrond blijft dat altijd een beetje een kat‑en‑muis‑spel, je wint nooit helemaal, maar je kunt het beest wel flink dwarszitten. Inmiddels staan de bloemkool, broccoli, rode kool en savooiekool er alsof ze precies weten wat ze doen. Kolen hebben dat: ze kijken altijd een beetje alsof ze het seizoen al vooruit gepland hebben.

 

Het peulenperceel is ook al aangelegd.

De bonenstaken staan er fier bij, alsof ze al weken klaarstaan voor de start. Het erwten­gaas hangt er ook, al is dat voor de peulen eigenlijk wat aan de late kant. Maar in de moestuin is “te laat” vaak gewoon een kwestie van wie je het vraagt. Gelukkig heb ik de planten al in de kas opgekweekt en kunnen ze deze week de volle grond in. Peulgewassen zijn net van die zuinige Brabanders: ze regelen hun eigen stikstof en klagen verder niet.

 

Het veld voor de vruchtgewassen ligt er nog wat verloren bij.

Alsof het zich afvraagt wanneer het eindelijk aan de beurt is. Maar dat komt goed. Het krijgt binnenkort kippenmest, kalk, patentkali voor een goede vruchtzetting en de rest van de composthoop. Vruchtgewassen zijn net pubers: als je ze genoeg eten geeft, groeien ze harder dan je bij kunt houden.

 

Dan komen we bij het bladgroenteperceel.

De grote eter van de tuin. Hier komen straks de sla, andijvie, snijbiet, venkel en selderij. Ik heb alvast twee rijen sla geplant, gewoon omdat het niet voelt alsof het seizoen begonnen is voordat er ergens een rijtje frisgroen staat te wiebelen in de wind. Dit perceel krijgt het grootste deel van de composthoop: een laag van zo’n vijf centimeter dik, plus wat kalk. Bladgroenten zijn net kinderen in de groei: ze eten veel, snel en zonder schaamte. Je ziet ze soms bijna groeien waar je bij staat, alsof ze willen laten zien dat al die compost niet voor niets is geweest. En het mooie is: hoe beter je ze voedt, hoe meer ze teruggeven. Een veld vol bladgroenten heeft altijd iets vrolijks: het beweegt, het ritselt, het leeft. Het is het soort perceel waar je ’s avonds nog even langsloopt, gewoon om te kijken hoe hard ze gegroeid zijn sinds de middag.

 

Het laatste perceel is voor de wortelgewassen.

Hier geef ik alleen wat kalk en patentkali, meer hoeft het niet. De teelt van de afgelopen jaren heeft de bodem mooi los en luchtig gemaakt, precies wat wortels willen. Wortels zijn kieskeurig: één kluitje op de verkeerde plek en ze groeien alsof ze een bocht moeten nemen. De prei krijgt gedurende het seizoen nog een paar keer brandnetelgier. Dat ruikt nergens naar, maar werkt overal voor, een typisch moestuinwondertje.

 

De kas is inmiddels ook helemaal uitgeruimd.

Alles eruit, alles schoon, en daarna een laag compost van zo’n drie centimeter dik over de hele bodem. De kas staat er nu weer bij alsof hij diep ademhaalt na een lange winter. De tomaten en komkommers kunnen straks hun gang gaan; ze krijgen een bodem die warm, luchtig en vol leven is. In de kas zie je altijd als eerste resultaat, alsof de planten daar weten dat ze in een luxe‑suite staan en zich daarnaar gedragen.

 

En zo loopt de tuin toch weer in het gareel. 

Terwijl ik zo langs de vijf percelen loop, zie ik hoe de teeltwisseling zijn werk doet. Elk perceel krijgt ieder jaar een andere taak en na vijf  jaar is de cirkel rond alsof de tuin zelf een soort ademhaling heeft. Wat dit jaar bladgroente draagt, voedt volgend jaar de wortels; wat nu kolen draagt, rust straks uit onder peulgewassen. Het is een stille, vanzelfsprekende kringloop, maar wel een die alles bij elkaar houdt. Zo blijft de bodem gezond, de tuin in balans en het hele systeem in beweging, precies zoals circulair tuinieren bedoeld is.

Ik begon dit seizoen met het gevoel dat ik achterliep, maar nu alles staat, zie ik dat de tuin gewoon zijn eigen ritme volgt. Soms moet je eerst de grote klussen doen voordat je aan de fijne kunt beginnen. En uiteindelijk komt alles op zijn plek, precies zoals het hoort in een circulaire tuin op het Brabantse zand.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.