♻️ Mijn jaarlijkse ritueel; Het opwerken van de composthoop.
Elk jaar begint het weer hetzelfde. Ik zet een nieuwe composthoop op van ongeveer anderhalve meter in het vierkant en even hoog. Zo’n stevige berg waar je het hele seizoen alles op kwijt kunt wat de tuin je geeft: snoeiafval, blad, uitgebloeide planten, groenteresten. En dan laat ik hem een jaar met rust. De natuur weet zelf heel goed wat ze moet doen; ik hoef alleen af en toe eens te kijken of hij niet te droog of te nat wordt. Zoals mijn vader altijd zei: “Ge moet de natuur nie opjagen, jong. Die loopt al hard genoeg.”
En dan komt het moment dat iedere tuinier kent: de hoop is rijp, maar nog niet mooi. Er zitten altijd grove stukken in, takjes, kluiten, en — misschien nog wel het vervelendst — wortelonkruiden die je liever niet terug in je tuin brengt. Brandnetel, pispotjes… ze zijn taai en ze lachen je uit als je ze terugstrooit. Je ziet ze bijna denken: “We zijn d’r weer, hoor!”
Tot ik op een dag dat ik een kleine betonmolen van HBM zag en ik dacht: “Jij kunt meer dan beton draaien, vriend.” Zo’n gedachte die ineens opkomt, net als wanneer je bedenkt dat je eigenlijk ook wel zonder televisie kunt, maar dan wél iets waar je echt wat aan hebt.
🔧 Van betonmolen naar rotatiezeef
Het is eigenlijk verrassend simpel.
Ik schroef de toeter van de betonmolen eraf en gebruik de bevestigingsgaten om er een zeef op te monteren. Zoals je op de foto’s kunt zien, past dat perfect. De trommel draait rustig rond, en de zeef doet precies wat hij moet doen: scheiden wat ik wil houden van wat ik kwijt wil.
En het werkt fantastisch.
-
Alle grove stukken blijven achter
-
Alle wortelonkruiden worden eruit gedraaid
-
De fijne, rulle compost valt erdoorheen als cacao door een zeef
Zonder noemenswaardige inspanning heb ik in korte tijd een prachtige, luchtige compost die je zo tussen je planten kunt strooien. Het ruikt naar bosgrond, het voelt als kruimelige aarde, en het is precies wat een tuin nodig heeft. Je zou bijna denken dat de natuur het speciaal voor mij heeft gemaakt.
🔄 En dan… de toeter er weer op
Want het mooie is: als ik de toeter weer terug op de betonmolen schroef, verandert het hele apparaat in een mengmachine. Dan gebruik ik hem om zelf potgrond te maken — precies zoals ik hem hebben wil.
-
4 delen tuinaarde
-
4 delen gezeefde compost
-
2 delen brekerzand
De betonmolen draait het allemaal rustig door elkaar, zonder dat ik zelf met een schep hoef te staan hannesen, voeg er een beetje water aan toe als het mij niet vochtig genoeg is. Het resultaat mag er zijn, een prachtig luchtig mengsel dat niet dichtslibt, goed water doorlaat, genoeg voeding bevat en voldoende vochtig is. Potgrond waar je plantjes blij van worden, en waar je stilletjes trots op bent. Zo’n mengsel waarvan je denkt: “Als ik plant was, zou ik hier ook wel in willen wonen.”
🌱 Waarom ik dit blijf doen
Omdat het werkt. Omdat het weinig moeite kost. En omdat ik op deze manier zeker weet dat ik geen ongewenste wortels terugbreng in mijn borders.
Maar vooral omdat het iets rustgevends heeft: de trommel die zacht ronddraait, de compost die door de zeef valt, en het gevoel dat je met eenvoudige middelen iets moois maakt voor je tuin. Het is een beetje alsof je samenwerkt met de natuur. Zij doet het denkwerk, jij het handwerk.
En dan besef ik weer hoe circulair mijn tuin eigenlijk is. Vrijwel alles wordt hergebruikt. De kippen leveren de eieren en de mest, de tuin levert de groenten én de compost, en de mest en compost voeden weer de tuin. Het enige wat ik toevoeg is het kippenvoer en soms zijn dat zelfs de groenten uit de tuin.
Hoe circulair wil je het hebben?
Reactie plaatsen
Reacties