🐝Mag ik me voor stellen;
Ik ben Bibi een bij. Een gewone werkbij. Nou ja… gewoon. Ik vlieg, ik poets, ik voed, ik ventileer en tussendoor probeer ik niet te botsen tegen een hommel die weer eens zonder richtinggevoel vliegt. Maar er is één ding waar zelfs wij bijen even stil van worden: de varroamijt.
Een klein beestje, maar met grootse plannen. Zo’n type dat binnenkomt zonder te kloppen en meteen op je rug gaat zitten en dan ook nog blijft hangen. Gelukkig hebben wij een imker die dat in de gaten heeft. Hij is niet van het zweverige soort. Hij is meer van: “Zo, en nou is ’t afgelopen” en dan pakt hij zijn spullen.
🐜 De varroa: een lastpak die zichzelf belangrijk vindt
Wij zien die mijten niet altijd. Ze kruipen rond alsof ze familie zijn, maar ze zijn meer zo’n verre oom die je liever niet op visite hebt. Ze zuigen aan ons, verzwakken ons, en brengen soms nog een ziekte mee ook.
Maar onze imker, die ziet het meteen. Hij kijkt op de varroalade zoals een boer naar de lucht kijkt: met ervaring, met nuchterheid, en met een lichte frons die zegt: “Da is nie pluis, jong.”
❄️ De winterbehandeling: een vreemd moment in een stille tijd
In de winter zitten wij in een tros. Warm, dicht bij elkaar, alsof we één groot kloppend hart zijn. De wereld buiten is koud en stil, en wij wachten. Rustig, geduldig, een beetje dromerig misschien. En dan horen we het. Voetstappen, stevig, doelgericht. Het dak gaat omhoog. Een straaltje licht valt naar binnen en dan komt het moment.
Hij druppelt 5 milliliter per bezet straatje.
Heel precies. Alsof hij een klokwerk afstelt en die druppeltjes bestaan uit:
35 mg oxaalzuurkristallen opgelost in 1 liter (1 op 1) suikerwater.
Voor ons voelt het niet als een prik of een schok. Meer als een lekker badje, want hij heeft het voor ons lekker handwarm voorverwarmd tot ongeveer 35 graden. "Hé dames, effe opletten. Dit is voor jullie eigen bestwil." En dan… ja hoor. De mijten laten los. Eentje valt zelfs met een plofje op de bodem. Ik hoorde hem nog mopperen.
🧘♀️ De stilte daarna
Na de behandeling kruipen we weer dichter bij elkaar. Warm. Schoon. Opgelucht.De kast voelt lichter. Alsof iemand de ramen heeft gelapt terwijl wij binnen zaten te zoemen.
En dan wachten we. Op de lente. Op licht. Op bloemen die nog niet bestaan. Op dat eerste moment dat je naar buiten vliegt en denkt: "Ha… we zijn er weer."
Reactie plaatsen
Reacties