🐝 Teeltplan 2026 — Een nieuw seizoen in de bijenstal
Er zijn van die dagen dat je de bijenstal binnenloopt en meteen voelt: dit wordt een mooi seizoen. De lucht ruikt naar voorjaar, de volken gonzen alsof ze het zelf ook weten, en ergens diep vanbinnen begint het te kriebelen — het teeltplan voor 2026 staat op het punt om los te barsten.
Ik begin dit jaar met een bont gezelschap aan volken. Een beetje zoals een dorpskoor: allemaal hun eigen stem, maar samen een harmonie die je vooruit helpt.
-
Een oude, betrouwbare F1‑moer uit 2023, die al heel wat seizoenen heeft meegedraaid.
-
Een frisse F1‑moer uit 2024.
-
Twee F2‑moeren uit 2025, die nog moeten laten zien wat ze waard zijn.
-
Een P‑moer uit 2025, mijn stille trots.
-
En twee jonge F1‑moeren uit 2025, vol belofte.
Mijn doel is helder: aan het einde van het seizoen wil ik negen sterke F1‑volken hebben, plus het volk met de P‑moer. Daarvoor moeten er drie nieuwe volken bijkomen én drie bestaande volken omgewerkt worden tot volken met een jonge F1‑moer uit eigen teelt. Een mens moet wat ambitie hebben.
🐝 1. Voorbereiding — de aftrap van het seizoen
Op drie volken heb ik al vroeg een tweede broedkamer gezet. Half april komt daar een honingkamer bovenop. Dat is altijd zo’n moment waarop je voelt dat de stal groter wordt — letterlijk én figuurlijk.
Daarna komt het splitsen. De moer blijft op de oude plek, met één of twee ramen open broed, een bouwraam en wat kunstraat. De honingkamer erbovenop, zodat ze weet dat er werk aan de winkel is. De rest van het volk gaat een paar meter verderop en wordt samengevoegd tot één stevige broedaflegger.
Zoals dat gaat in de bijenwereld:
-
De moer met haar bijen blijft op de oude plek → de vlieger.
-
De onderbak blijft moerloos → de nieuwe plek, waar de bijen zich herpakken.
Na negen dagen breek ik alle doppen. Het is een beetje zoals onkruid wieden: noodzakelijk, maar het geeft lucht.
🐝 2. De arrestmethode — de P‑moer aan het werk
De P‑moer krijgt een ereplaats: het arrestraam. Niet omdat ze stout is, maar omdat dit de meest elegante manier is om varroa te vangen zonder chemische rommel.
Ze krijgt één uitgebouwd raam en één kunstraat. Na vijf dagen haal ik het uitgebouwde raam eruit, als het goed is, zit het dan vol met piepjonge larfjes, precies wat we nodig hebben.Om haar aan de leg te houden krijgt ze weer een uitgebouwd raam. Negen tot twaalf dagen later verwijderen we dit raam, nu met gesloten broed. En nog eens negen tot twaalf dagen later het kunstraam, ook volledig gesloten.
Reken maar uit: 5 + 9 + 9 = 24 dagen. In die tijd heeft de varroa zich keurig laten opsluiten in de arrestramen. Een mens zou bijna zeggen dat het kunst is.
🐝 3. Koninginnenteelt — nieuw leven in de stal
De gezamenlijke broedaflegger is een krachtpatser. Zo’n volk waar je voor de kast staat en denkt: ja, hier kan ik op bouwen.
Daarmee vul ik:
-
drie zesramers voor de nieuwe volken
-
een hele reeks Kielers voor selectie en ommoeren
Uit de eerste teeltserie laat ik:
-
drie doppen inlopen in de zesramers
-
de rest in de Kielers
Het is een beetje alsof je jonge plantjes uitzet in de moestuin: je weet dat niet alles groot wordt, maar de besten komen vanzelf bovendrijven.
🐝 4. Tweede teeltronde — als de bijen het toelaten
Omdat de broedaflegger zo groot is, blijft er na het vullen van de zesramers en Kielers nog genoeg volk over voor een tweede teeltserie. Maar, en dat is belangrijk, alleen als je voldoende open broed geeft. Je wilt geen eierleggende werksters, want dat is vragen om ellende.
Dus:
-
na negen dagen opnieuw alle doppen breken
-
daarna kan een tweede teeltserie starten, als het volk het aankan
Het is een beetje zoals in het leven: je moet niet méér willen dan wat de omstandigheden toelaten.
🐝 Tot slot
Als alles loopt zoals de natuur het bedoelt, eindig ik dit seizoen met:
-
9 volken met een jonge, sterke F1‑moer
-
1 volk met de P‑moer
En dat, beste lezers, is waar een imkerhart sneller van gaat kloppen.
🌼 Een nieuw seizoen, een nieuwe tijdlijn
Elk bijenjaar heeft zijn eigen ritme — een dans tussen natuur en vakmanschap. Om dat ritme zichtbaar te maken, heb ik mijn teeltplan 2026 samengevat in een overzichtelijke honingraat‑tijdlijn. Van de eerste broedkamers in april tot de winterrust in december: stap voor stap zie je hoe de volken groeien, hoe de koninginnen worden gekweekt, en hoe varroa op biologische wijze wordt teruggedrongen. Het is geen schema om blind te volgen, maar een kompas dat me helpt om met de bijen mee te bewegen.
🌿 Blijf meewandelen door het bijenjaar
Elk seizoen brengt nieuwe lessen, verrassingen en kleine wonderen in de bijenstal. Als je het leuk vindt om mee te kijken over mijn schouder — van de eerste voorjaarsvluchten tot de winterrust — dan ben je van harte welkom om verder te lezen op mijn bijenblog. Daar deel ik niet alleen mijn teeltplannen, maar ook de dagelijkse beslommeringen, inzichten en momenten die een imkerjaar zo bijzonder maken.
Reactie plaatsen
Reacties