In Casteren hebben we een bepaalde manier van naar tuinen kijken. Als er iemand een nieuw stukje grond omspit, dan stopt de halve straat met lopen. Niet om te helpen, nee — om te kijken en om te zeggen: “Ge bent weer bezig, zie ik.” Dat is hier de hoogste vorm van belangstelling.
En ja, ik was bezig. Want ik had het in mijn hoofd gehaald om een prairieborder aan te leggen. Een border waar ge u niet zomaar vanaf maakt.
🌱 De oorlog tegen het panen‑gras
Als ge ooit gedacht hebt dat onkruid een ziel heeft, dan is panen‑gras het bewijs dat die ziel niet per se vriendelijk hoeft te zijn. Dat spul zit overal. Ge trekt een wortel uit, en drie meter verder steekt er eentje zijn tong naar u uit.
Ik stond daar met mijn spitvork, alsof ik een oud strijdveld aan het ruimen was. Elke kluit aarde die ik optilde, zei precies hetzelfde: “Ha! Dè dachtte gij!”
De buurman kwam kijken. Hij zette zijn handen in zijn zij, keek naar de hoop wortels naast me en zei: “Ge kunt er beter een varkentje op zetten, die heeft het sneller op.” En toen liep hij weer verder, alsof hij net een medisch advies had gegeven.
Maar goed — na veel gezweet, gevloek en een paar momenten waarop ik serieus overwoog om de tuin te verhuren aan een kudde geiten, lag er uiteindelijk een stuk grond dat weer ademde.
🌼 De plantjes die nog moeten bewijzen dat ze het waard zijn
Nu staat er nog niks spectaculairs. Een rijtje sprietjes, wat hoopvolle stekjes, en hier en daar een plant die kijkt alsof hij zich afvraagt waar hij in hemelsnaam terecht is gekomen. Maar ik weet wat er komt. En dat maakt het mooi. Ik heb o.a. geplant:
-
Agastache ‘Black Adder’
-
Agastache
-
Foeniculum
-
Coreopsis verticillata
-
Echinacea purpurea
-
Gaura lindheimeri
-
Liatris spicata
-
Monarda fistulosa
-
Nepeta
-
Persicaria
-
Rudbeckia fulgida
-
Salvia nemorosa
-
Silphium perfoliatum
-
Verbena bonariensis
-
Panicum virgatum
-
Schizachyrium scoparium
Zelf heb ik ook een hekel aan aan al die Latijnse namen maar dat is nu eenmaal hoe het werkt.
🌾 Een border vol belofte
Op dit moment lijkt het nog het meest op een pas geploegde akker waar iemand wat prei en aardbeien heeft gepoot. Maar dat hoort erbij. Een prairieborder is geen sprint, maar een langzame polonaise van planten die eerst moeten settelen voordat ze hun ware aard laten zien.
En ik? Ik loop er elke dag even langs. Niet omdat er al iets te zien is, maar omdat ik weet dat het komt. En omdat ik wil controleren of er niet ergens stiekem weer een wortel van panen‑gras omhoog probeert te kruipen. Want dat spul heeft meer doorzettingsvermogen dan een Casterse carnavalsvereniging.
Reactie plaatsen
Reacties